En hoe gaat het met jou? Het probleem van empathie – ACT in de praktijk

We kunnen het allemaal heel goed, of worden er op aangesproken als we het niet genoeg doen: empathie. We worden geleerd om problemen van anderen te benoemen en bespreken, ons zorgen maken over anderen. Mee-leven met een ander is ook een belangrijk onderdeel van het menselijk leven. Het je aantrekken als het niet goed gaat met iemand in je omgeving en daar over gaan praten als iemand je vraagt hoe het gaat.

Een client was er erg bekend mee: lopen op eierschalen en alles maar zo goed mogelijk doen zodat de ander het oke vond en geen verwijten zou maken. Duidelijk een onwerkbare situatie, zou ACT zeggen.

ACT: Acceptatie & Commitment Therapie wat een van de leidende modellen is die ik gebruik in mijn praktijk als psychosociaal therapeut beeldend. ACT is een redelijk simpel model dat altijd vraagt of het werkt. En als het niet werkt, wat je gedrag dan eigenlijk is, wat de eigenlijke waarde is, welk eigenlijke doel je nastreeft.

Als empathie een probleem blijkt

En binnen ACT valt empathie echter misschien wel onder vermijding. Empathie is misschien wel niet zo gezond en goed als het lijkt.

Empathie (Grieks: ἐμπάθεια, invoelen) is inlevingsvermogen, het vermogen om zich in te leven in de situatie en gevoelens van anderen.

Wikipedia

Iemand begrijpen, jezelf kunnen verplaatsen in een ander, je in leven in de realiteit van een ander — allemaal goede dingen toch? Ja en nee. Eigenlijk meer nee. Wat betekent het om een ander te begrijpen? Wat begrijp je dan? Je begrijpt iets waarvan je denkt dat het is wat de ander is. Het maakt dat je de ander reduceert tot een idee van jezelf. De ervaring van de ander, de werkelijke ervaring zoals de ander die ervaart, blijft erdoor verborgen. Verborgen achter een (waan)idee, een concept.

Wat niet betekent dat de ander je koud moet laten. Of dat je geen mede-lijden of sympathie of bezorgdheid voor een ander kunt hebben. Zeker wel. Zolang die zaken er niet voor zorgen dat je denkt dat je weet hoe het voor een ander is. Want dan plak je jouw eigen vermogen en ervaring op de werkelijkheid van een ander. En ontzeg je die ander haar ander-zijn.

(Maar dit is wellicht wat filosofisch… gebaseerd op onder meer mijn lezing van Emmanuel Levinas, Bracha Ettinger en Luce Irigaray.)

Vermijding?

Voor ACT is alles wat je tot concept maakt een stap weg van de acceptatie van wat er is. Existentiele vermijding, noemen ze dat binnen ACT. Vermijding kan je doen op enorm veel manieren, en is ook erg persoonsgebonden. Wat voor de een vermijding is, hoeft dat voor de ander niet te zijn. Ook intentie speelt hierbij een belangrijke rol. (Maar laat ik dit parkeren voor een andere blog…)

Vermijding is dat je het eigenlijke wegduwt, op wat voor manier dan ook. En dat kost vaak bakken met energie, en het werkt ook niet echt heel erg goed, want de onderliggende pijn sijpelt er toch doorheen, dus verzin je weer meer en nog hardere manieren van vermijding om de situatie beheersbaar te houden. Want stel je voor dat je niet meer in controle bent, dat die pijn of emotie of ervaring of herinnering die je niet meer wilt, in vol ornaad tevoorschijn zou komen. Dat is vermijding.

Empathie als vermijding. Hoe werkt dat dan?

Het kan zijn dat je jezelf ziet als een empathisch persoon. Je gebruikt dan een bepaald concept waarachter je je verschuilt. Bijvoorbeeld: als je jezelf als aardig persoon bestempelt, dan moet je wel aardig zijn, en ook nog eens op de bepaalde manier waarvan jij vindt dat het aardigheid is. Ongeacht de situatie. Terwijl als je aardigheid als waarde hebt, dan ben je flexibel je verschillende vaardigheden in te zetten.

Empathie kan ook een manier zijn om maar niet naar jezelf te hoeven luisteren, om je eigen pijn en verlangens weg te cijferen. Je begrijpt waarom de ander zus en zo doet, dus je slikt het. De ander heeft dit en dat nodig, dus je geeft dat wat er van je gevraagd wordt, ongeacht de consequenties voor je eigen mentale welzijn. De eierschalen stapelen zich op, en uiteindelijk ben je kwijt wie jijzelf bent.

Blijf bij jezelf

De oude grieken hadden al het credo: ken uzelf (γνῶθι σεαυτόν, gnōthi seauton). Niet: ken de ander. Blijf bij jezelf, zoek uit hoe het werkt voor jou, en hoe het met jou is. Dat is waar de ACT-therapeut bij helpt. Niet vanuit empathie, niet omdat de therapeut zelf weet hoe het werkt en jou vertelt wat te doen gebaseerd op de eigen ervaring. Nee. Niet met inlevingsvermogen, maar met oprechte interesse in de ander zijn eigenheid. Juist het feit dat je je niet in kunt of hoeft te leven, maakt het mogelijk de ander te zien.

En zo ook deze client. Die na alles uit de doeken te hebben gedaan wat er al was gedaan voor de ander, wat voor moeite erin was gestoken, en hoe zwaar en moeilijk het allemaal was, stil werd en besefte waar ze mee bezig was toen ik het haar werkelijk (en opnieuw) vroeg:

en, hoe gaat het met jou?

Werkt het of werkt het niet? ACT toepassen in de praktijk

Een cursist zei na afloop van de cursus ‘ACT voor coaches en therapeuten’ die ik gaf (en geef) aan de Vrije Academie ‘t Pad, dat er 1 vraag echt wel was blijven hangen. Een vraag die ik steeds stelde, en die ergens ook wel echt de kern van ACT (Acceptatie en Commitment Therapie) raakt: Werkt het?

ACT bestaat uit een model met zes pijlers waarbij elke pijler een flexibele en een inflexibele kant heeft. Iedereen bevindt zich in het grijze gebied tussen het flexibele en het inflexibele, maar het doel van ACT is om een flexibele houding te vinden. Niet om iets niet meer te (mogen) doen, of om iets per se te veranderen, maar om niet meer vast te zitten, gedwongen te zijn om op een bepaalde manier te moeten handelen. (Meer uitleg over de verschillende pijlers van ACT schreef ik ooit hier.)

Werkt het? is een vraag die ik enorm vaak stel als ACT therapeut? Maar waarom is dat zo’n belangrijke vraag?

Onderzoekende houding

Als ACT therapeut ben ik een existentieel detective — ik wil graag kijken naar wat er is, wat er zich aandient, en daarbij komen. Om dat te doen ga ik samen met de client op zoek naar patronen, mechanismes, oordelen, overtuigingen en concepten — allemaal dingen die afleiden van de kern. Allemaal dingen die er zijn en die benoemd moeten worden, en waarvan dan bekeken kan worden wat het nu eigenlijk is.

Is het verlangen dat wordt geuit het werkelijke verlangen, of is het eigenlijk een oplossing om maar verder te kunnen (en dus eigenlijk vermijding)? Is het emotioneel worden een werkbare, verbonden actie, of is het een manier om de pijn niet onder ogen te hoeven komen (en dus eigenlijk een vermijding)? En als het al een vermijding is — is dat erg? Vandaar de vraag: Werkt het?

Antwoord

Het antwoord op de vraag of X werkt, is heel interessant.

Ofwel het werkt niet. Goed, dus het is iets wat je doet, een bepaald gedrag, een overtuiging, en deze hindert je. Dan maar eens gaan bekijken of daar acceptatie op kan komen. En dan bedoel ik actieve acceptatie van het feit dat het dus niet werkt.

En misschien werkt het wel. Hoe merk je dat dan? Wat werkt er dan aan, wat bereik je er mee? Misschien werkt het uitstellen van het tandartsbezoek wel heel goed, want je hoeft dan er niet aan te denken en de angst is weg. Maar is die echt weg? Wel voor een moment. Dus het werkt. Tot het moment dat het niet meer werkt, totdat het uitstellen en vermijden zoveel energie vraagt dat het eigenlijk niet vol te houden is. Dan wordt het een probleem.

Fusie – defusie

De vraag ‘werkt het’ is ook een belangrijke om inzicht te krijgen waar de cliënt zit op de as van fusie – defusie. Fusie houdt in dat je samenvalt, samengesmolten bent met iets. Je kunt bijvoorbeeld gefuseerds zijn met een idee over wie je bent. Of met een idee van wat je moet doen. Of met een bepaalde emotie. Ik ben nu eenmaal stom, als moeder ben ik nu eenmaal verantwoordelijk voor het welzijn van mijn kind, ik kan die angst niet aan.

Wanneer een manier om te vermijden volgens de cliënt werkt, dan werkt het dus in een bepaalde zin. In dat de overtuiging overeind blijft. De angst niet gevoeld hoeft te worden. De taak die ze zichzelf opgelegd heeft is volbracht. En dat is fijn — want dat is precies waarom je die vermijding uberhaupt inzet natuurlijk. En als dat lukt, heb je weer een moment/uur/dag overleefd.

Maar wat werkt is dus de fusie, de vermijding, de overtuiging. Dat is met die vraag ‘werkt het’ dus heel duidelijk geworden.

Doel

Het uiteindelijke doel volgens ACT is je leven in te richten naar je waarde. Een waarde-vol leven. Met wat ACT ‘verbonden acties’ noemt. Handelingen die vanuit je waarde komen, die je waarde nastreven.

Dus als zo’n vermijding werkt, dan is de vraag: werkt het? Werkt het in de zin van: heb je daarmee je waarde in weten te zetten? Het uit de weg gaan van angst is geen verbonden actie. Het kan wel een nuttige, zinnige, fijne, werkbare actie zijn. Er is (heel vaak) niks mis met vermijding. Maar vermijding zal niet je waarde verwezenlijken, en in die zin is de vermijding nooit wat je werkelijk wil. Overleven is niet het doel, ookal is het soms noodzakelijk.

Iemand werkelijk zien — ACT ipv een diagnose of verhaal

Hoe werkelijk luisteren binnen ACT wordt gedaan, en hoe een diagnose daarbij van zeer ondergeschikt belang is.

Het lijkt zo basaal. Iemand zien, werkelijk zien. En het is ook basaal, zo basaal zelfs dat het weleens de basisbehoefte van de mens zou kunnen zijn. Gezien worden, gehoord worden. Toch is het heel moeilijk, blijkbaar.

Juist voor mensen die mentaal en/of emotioneel uitgedaagd worden, is de behoefte om gezien en gehoord te worden van levensbelang. Het is dan ook schrijnend keer op keer van nieuwe cliënten te horen dat die behoefte niet waargemaakt wordt binnen de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ).

Het probleem van de diagnose

Dat er een diagnose wordt gesteld is nog niet eens het grootste probleem. (Ik heb daar eens, los van ACT, een boek over geschreven: Diagnose van de Moderne Filosoof, Damon 2018.) Willen weten hoe de vork in de steel zit is een begrijpelijke manier van omgaan met problemen, die in onze Westerse wereld veelal is verheven tot De Ultieme Manier. Maar analyseren en de bovenste steen boven halen, alles weten en begrijpen, dat is niet iets wat binnen ACT (Acceptatie en Commitment Theorie) wordt gedaan. Sterker nog, het wordt gezien als een inflexibele manier van werken.

ACT gaat ervan uit dat iedereen een verleden heeft, beelden over de toekomst, een rugzakje, manieren van handelen, rollen die we aangenomen hebben, concepten waar we van overtuigd zijn. En in die zin zijn we ook autistisch, hoogbegaafd, bipolair. Het probleem voor ACT zit hem nooit in dat we die dingen zijn, maar hoe we er mee om kunnen gaan. Elk oordeel, elke diagnose die we onszelf geven of ons gegeven wordt, kunnen we op twee manieren inzetten: inflexibel of flexibel. En stiekem alles wat daar tussen in valt. Meestal zitten we ergens er tussenin, in de grijswaarde.

Volgens ACT hoeft een psychisch flexibel persoon niet samen te vallen met de diagnose. ACT geeft wat dat betreft handen en voeten aan het welbekende adagium: ik ben niet mijn diagnose, ik ben niet mijn handicap.

Toch is de samenleving gefocussed op diagnoses. Enkel op basis van de diagnose wordt een behandelplan goedgekeurd (al was het alleen maar voor de zorgverzekering). Alsof het probleem in die ene diagnose ligt. Niet voor niets worden complexe gevallen én te duur én onmogelijk om binnen een x aantal behandelingen te ‘genezen’.

Zichtbaar zijn

Bij ACT wordt ervan uitgegaan dat alle manieren om maar niet het pijnpunt, de angst, het verdriet, te hoeven accepteren, je vastzetten. Die manieren noemen we wel overlevingsmechanismes en vermijdingsstrategiën. Wanneer niet op de juiste plaats en het juiste moment ingezet, maken die je inflexibel. Maar meer nog dan dat. Ze zorgen ervoor dat je niet vrij bent om te handelen naar dat wat je eigenlijk echt wil. Dat je niet kunt zijn wie je in je diepste binnen echt bent. Sterker nog: vaak heb je geen idee meer (of nooit gehad) wie dat eigenlijk is.

In mijn therapeutische praktijk en als docent ACT/beeldend kom ik mensen met allerlei achtergronden en problemen tegen. En keer op keer valt het me op hoe het zien van wat er echt is, het verschil maakt. De man die voor het eerst toe durft te geven dat onder zijn verdriet heel veel boosheid zit. Het meisje dat vertelt hoeveel angst ze voelt, en hoeveel energie het haar kost om haar vrolijke masker op te houden.

Voorbij het verhaal

Daar komen verschillende onderdelen bij kijken, naar iemand luisteren is een logisch begin. Maar luisteren is niet zo eenvoudig. Het heeft weinig te maken met aanhoren. Juist het iemand zijn verhaal laten doen, zorgt ervoor dat je die persoon nauwelijks ziet. Je kent dan het verhaal dat ze zichzelf waarschijnlijk al duizenden malen hebben verteld. Er is niks met een verhaal op zich, maar vanuit ACT is van belang: werkt het?

Vaak raken mensen verstrikt in details, in de manier waarop ze reageren op situaties en dan daar weer op reageren. Dus om uit te leggen waarom ik gisteren X deed, moeten alle onderdelen hoe het zover is kunnen komen boven tafel komen. Maar dat is een illusie. Zelfs als we alles weten, alle ins en outs kennen, is er nog altijd het feit dat ik me nu zus en zo voel. En dat ik zus en zo reageer.

Weten, het verhaal vertellen, is een manier van vermijden. Ja je hebt al die dingen meegemaakt, ja je bent beschadigd, ja je hebt moeten overleven — de vraag is of je samen valt met de manieren, diagnoses, concepten over jezelf, die je toen hebt aangeleerd. ACT heeft geen oordeel over al die dingen, zal nooit zeggen dat een bepaald idee of mechanisme verkeerd is. Maar werkt het? Als je in jouw beleving en ervaring geen keuze hebt, inflexibel bent, dan werkt het waarschijnlijk niet.

En daarom betekent werkelijk luisteren niet meegaan in het verhaal.

Werkelijk luisteren is confronteren

Voor studenten die ACT leren is dat nogal eens een harde dobber. Wat is er mis met een verhaal? Het is toch goed om naar iemand te luisteren? Je verhaal vertellen is toch een soort ruimte geven aan jezelf? Ja en nee. De vraag die ik als docent dan terugstel: wat is luisteren? Welke concepten van luisteren heb jij als (beginnende) therapeut? En wat is er (eigenlijk) nodig om iemand echt te zien?

Werkelijk luisteren, werkelijk iemand zien, is iemand confronteren met wat er is. Niet meegaan in de vermijdingen die de cliënt continu zal inzetten — want dat is wat hij of zij gewend is. Steeds maar weer onderbreken. Vragen wat er gebeurt, wat ze aan het doen zijn. En uiteindelijk ook of ze merken welke patronen ze inzetten in het hier en nu, als reactie op wat er gebeurt. In de beschreven situatie maar ook in de therapeutische sessie.

Existentieel detective

Je bent een existentieel detective, die geen genoegen neemt met weglopen (in welke vorm dan ook) van wat er echt is. Door op die manier samen echt te kijken, te bevragen hoe iemand nu eigenlijk ‘werkt’, kun je iemand ook echt gaan zien. En de cliënt kan zich dan ook zelf gaan zien. Zien wat er is, los van de rationalisatie ervan.

Dat is niet makkelijk. Het bij de pijn van de ander kunnen zijn, zonder daar een oplossing voor aan te bieden, vergt een hele dosis acceptatie en ontwikkeling van de therapeut zelf. En het lukt daarom ook zeker niet direct. Maar meegaan in de vermijding van de cliënt is alleen erg, als je daar niet bewust van bent en de cliënt er mee laat wegkomen. Wat dat betreft leef je ACT dus ook voor. Accepteren dat ook jij graag vermijdt, en dat er niks mis mee is, tenzij je het doet vanuit inflexibiliteit.

Praktijkvoorbeeld

Maria komt nu al ongeveer een jaar bij mij. Eerst regelmatig, nu af en toe nog voor een opfrismoment. Ze was (en is misschien wel) bij andere psychologen in behandeling. Er is veel trauma uit het verleden, en veel verdriet over hoeveel invloed dat nog steeds heeft op haar leven nu.

Gedurende de sessies werd ze steeds bekwamer haar eigen processen te zien voor wat ze zijn, in plaats van er op een verkrampte manier door geleefd te worden. Ze kreeg letterlijk meer ademruimte. Ze kon met nieuwe moeilijke dingen die op haar pad kwamen een gedegen keuze maken die haar eigen waarde versterkte in plaats van in oude patronen te vervallen.

Op een gegeven moment merkte ik op dat ik na een jaar eigenlijk nog steeds niet wist wat nou dat trauma uit haar jeugd was. Steeds waren we aan de slag gegaan met het heden, wat er nu speelt. Er kwamen wel veel flarden en onzekerheden, verklaringen uit haar jeugd ter sprake. Maar voordat ze dat hele verhaal deed had ik haar altijd al teruggegeven wat ze aan het doen was, en haar gevraagd of dat werkte.

Ze moest lachen toen ik dat zei, dat ik haar trauma niet kende. Dat ze besefte dat dat dus niet uitmaakte, dat ze zoveel stappen had kunnen zetten ondanks (of mijns inziens: juist dankzij) dat het trauma niet onnodig werd opgerakeld. Dat ze nu dat verleden draagbaar had gemaakt door flexibeler in haar huidige leven te staan.

Conclusie

Werkelijk iemand zien betekent met iemand kunnen kijken naar wat er is. Zonder oplossingen te gaan bedenken of naar toe te werken. Want het met iets kunnen zijn is werkelijke (actieve) acceptatie. En dat is de enige ‘oplossing’ waardoor er vrijheid komt om nieuwe mogelijkheden te ontdekken.